
Als trainer ken je het wel. Je kijkt naar buiten en ziet regen en wind waar je zelf ook niet direct enthousiast van wordt. Toch hoeft slecht weer helemaal niet te betekenen dat je training minder leuk of minder goed wordt.
Met de juiste aanpak kan juist zo’n training er eentje worden die kinderen niet snel vergeten.
Het begint bij jou als trainer. Als jij met een gezicht op onweer het veld opstapt en drie keer roept hoe slecht het weer is, dan weten de kinderen genoeg. Maar als jij enthousiast begint en meteen zorgt dat iedereen in beweging komt, ontstaat er een heel andere sfeer.

Laat kinderen bij slecht of koud weer niet te lang stilstaan. Zorg dat ze bij aankomst direct iets kunnen doen. Leg bijvoorbeeld alvast een paar ballen neer, maak kleine veldjes voor partijen of geef een eenvoudige opdracht waarmee ze zelfstandig kunnen starten.
Bewaar lange uitleg voor een ander moment. Zeker in de kou geldt meer bewegen dan praten.

Vasthouden aan je oorspronkelijke trainingsplan omdat het nu eenmaal op papier staat, is niet altijd verstandig. Harde wind, regen of een glad veld kunnen ervoor zorgen dat een oefening die normaal prima werkt ineens frustrerend of onveilig wordt.
Kijk naar de omstandigheden en durf aan te passen. Kies bijvoorbeeld voor kleinere partijvormen, korte rondes en oefeningen waarbij kinderen veel in beweging zijn. Zo blijven ze warm én betrokken.

Je kunt natuurlijk tegen de omstandigheden vechten, maar je kunt ze ook onderdeel maken van je training.
Waait het hard? Ontdek samen wat dat met de baan van de bal doet. Regent het? Misschien kun je juist een spelvorm bedenken waarbij glijden, plassen of een natte bal onderdeel van de uitdaging worden.
Kinderen zijn daar vaak een stuk makkelijker in dan volwassenen. Waar wij een nat trainingspak zien, zien zij soms vooral een enorme plas waar je fantastisch doorheen kunt rennen.

Als trainer willen we kinderen beter maken. Maar daarvoor moeten ze wel willen blijven komen. Een training hoeft daarom niet perfect volgens plan te verlopen om waardevol te zijn. Kinderen die samen door de regen rennen, lachen, vallen, weer opstaan en na afloop met rode wangen van het veld stappen, hebben misschien wel meer geleerd dan tijdens die technisch perfecte training onder ideale omstandigheden.
Mijn advies aan trainers is daarom simpel. Kijk niet alleen naar wat het weer onmogelijk maakt, maar vooral naar wat het mogelijk maakt.
Want uiteindelijk herinneren kinderen zich waarschijnlijk niet welke oefenvorm je die avond precies hebt gedaan. Die compleet verregende training waar iedereen dubbel lag van het lachen? Die herinneren ze zich jaren later nog.